Toen ik acht jaar was kwam mijn vader overspannen thuis te zitten. Hij was overspannen, maar veel later werd duidelijk dat hij steeds terugkerende depressies had. Mijn vader had altijd heel erg hoge pieken en diepe dalen. Later in zijn leven is hij in een manie gekomen en is er een bipolaire stoornis vastgesteld, maar in mijn jeugd was dat nog niet bekend.
Hij kon supergelukkig zijn, maar ook heel boos en schopte dan tegen alles in de wereld. Mijn broer kreeg als puber ook met depressiviteit te maken. Thuis was het daarom vaak niet fijn. Mijn ouders zijn regelmatig even uit elkaar geweest, maar uiteindelijk nooit echt gescheiden. Ondertussen had ik het natuurlijk ook lastig. Ik vluchtte als puber in vriendjes. Veel verliefd zijn was mijn overleving.
Toen ik op kamers ging kon ik meer mijn eigen leven gaan leiden. Rond mijn 34e kreeg mijn vader een hersenbloeding, waarna hij steeds depressiever werd en zei dat hij dood wilde. Hij heeft met die wens overal aangeklopt. Ik vond het heel moeilijk dat te horen, maar kon daar eigenlijk niet op reageren.
Achteraf heb ik dat heel erg gevonden. Voor mij kwam het te dichtbij, maar ik vind het heel erg dat hij niet gehoord is, met name niet door de professionals. Hij kreeg wel medicatie, maar hij had iemand nodig gehad die echt naar luisterde en waarmee hij zijn doodswens kon bespreken.
Mijn vader is een periode een normalere vader geweest toen hij medicatie slikte. Hij vond zichzelf wel wat vlakker daardoor. Maar na zijn hersenbloeding ging hij met zijn pillen klooien. Hij slikte ze soms wel en dan weer niet. Daardoor werd hij steeds instabieler.
In december 1999, ik was 36, kreeg ik een telefoontje van mijn moeder dat mijn vader was overleden aan zelfdoding. Ondanks dat hij zei dat hij dood wilde, was dat een enorme schok. Mijn moeder, broer en ik waren niet boos op mijn vader. We hebben zijn ontreddering alle drie gezien. Mijn broer en ik waren wel boos op de professionals. Wij vonden dat deze mensen hem serieuzer hadden moeten nemen in plaats van steeds andere medicatie te geven. De periode na zijn overlijden hebben mijn moeder, broer en ik veel aan elkaar gehad en we organiseerden een prachtig afscheid. We konden het verdriet delen.

Zelf ben ik ook diep gegaan. Wat mij hielp om de donkere wolk te laten zakken, was onder andere medicatie. Ik ben niet pro medicijnen, maar ze hebben mijn broer en mij wel geholpen. Je moet het echt niet snel voorschrijven maar het kan wel helpen bij een zware depressie.
Toen ik zelf zo depressief was kon ik mijn vader pas echt begrijpen. Ik kreeg er bewondering voor dat mijn vader het zo lang had volgehouden, zonder de juiste hulp. Zowel mijn vader als broer bleven tijdens hun depressies niet in bed liggen. Ik vind dat heel krachtig. Zo ging mijn vader elke dag uren wandelen met de honden. Mijn broer had een eigen bedrijf en bleef ook bezig.

Linda met haar broer Alex
Toen het met mijn broer slechter ging, stelde ik hem voor een gesprek aan te vragen, waarin hij zijn doodswens kon bespreken. Ik heb gezegd dat ik er voor hem ben. Ik wilde niet dat het zoals bij mijn vader ging. Ik vond het zo erg dat pap het zo alleen heeft moeten doen en niet werd gehoord. Mijn broer schoof dat voorstel helemaal weg. Achteraf denk ik dat ik te dichtbij hem kwam op dat moment. We hielden allemaal hartstikke veel van elkaar. Met zijn drieën (mijn moeder, broer en ik) hebben we in 2019 nog een hele mooie, fijne reis gemaakt. Dat geeft me nu nog veel troost.
Mijn broer was uiteindelijk moegestreden. Hij heeft heel veel geprobeerd, maar uiteindelijk kreeg hij de depressie niet onder controle. Hij liet een hele mooie afscheidsbrief achter en ik werd weer gebeld door mijn moeder dat ook Alex was overleden door zelfdoding, 2020 was het toen. ‘Waarom?’, riep ik, ‘waarom Alex, het was zo’n lieverd’. Ik bedoel hiermee dat ik het verschrikkelijk vond hem zo te zien lijden en worstelen met uiteindelijk dit resultaat. De rouw om Alex konden mijn moeder en ik goed met elkaar delen. We waren superverdrietig, maar we konden ook mooie momenten met elkaar delen.
Een jaar na mijn broers dood werd mijn moeder plots ziek en overleed een week later. Het afscheid van mijn moeder was zo’n grote tegenstrijdigheid vergeleken met de dood van mijn vader en broer. Ik kon heel bewust en in verbinding bij haar overlijden zijn. Dat heeft me veel troost gegeven. Nadat mijn moeder dood was heb ik het wel moeilijk gehad, er was ineens niemand meer waarmee ik het verdriet om Alex zo goed kon delen en ik was als laatste over van ons gezin.

Linda en haar moeder
Ik heb maar één grote angst, en dat is dat ik weer depressief word. Dat vind ik het ergste gevoel dat er is. Ik vind het belangrijk dat er over deze gevoelens gepraat kan worden. Mensen kunnen vaak moeilijk met pijn en verdriet omgaan. Met name bij zelfdoding, maar ook bij rouw geven veel mensen niet echt ruimte om dit te kunnen uiten en delen. Daardoor heb ik me best eenzaam gevoeld. Laat mij maar even praten over mijn verdriet, dat het er mag zijn en de ruimte krijgt.
Ik denk dat ik goed gerouwd heb. Soms ben ik natuurlijk nog verdrietig, maar vooral mijn moeder en broer voelen nog heel levend voor mij. Ze zijn niet hier, maar ze zitten zo in mijn hart dat ze nog heel dichtbij voelen. Ik heb ook een plek in huis met hun foto’s. Elke dag steek ik daar een kaarsje bij aan en ik denk gedurende de dag vaak aan hen. Ik heb, noodgedwongen, de tijd kunnen nemen om goed te rouwen en de pijn goed te doorvoelen. Daarna kan ik ook weer blij zijn en dankbaarheid voelen dat ik zo’n mooie herinneringen aan hen heb. Het waren gewoon hele leuke en mooie mensen.
Blij word ik nu van alle kleine dingen in het leven. Als mijn hond Nura leuk aan het spelen is, ik een fijne retraite geef of gewoon een heerlijke dag heb. Ik hoef niet zoveel mensen meer om mij heen en hou van de rust in mijn leven.