Denk je aan zelfdoding?

Wij zijn er voor je. 
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

 

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Moed
19-10-2026

‘Ik hoop nog steeds dat ik ergens een briefje van haar vind’

Yoeri van Haaften (37) verloor in april 2025 zijn partner Annemarie (34) aan zelfdoding. Samen kregen ze twee kinderen, bouwden ze aan een toekomst en deelden ze bijna tien jaar lief en leed. Dat Annemarie zo diep ongelukkig was, wist hij niet. Pas na haar dood, toen hij haar afscheidsbrieven las, ontdekte hij hoe donker haar gedachten waren geweest. 

Op 22 oktober verschijnt zijn boek Vertel onze kinderen hoeveel ik van ze hou, waarin hij hun verhaal vertelt. Yoeri spreekt openhartig over de liefde die er was, de vragen die blijven en waarom praten over zelfdoding volgens hem zo belangrijk is.

Als je terugdenkt aan jullie leven samen, wat komt dan als eerste boven?

‘We hebben ongeveer 9,5 jaar verkering gehad en in die tijd waanzinnig veel hoogtepunten beleefd. We hebben samen een huis gekocht en dat van top tot teen verbouwd. We waren net begonnen met onze carrières, hadden weinig geld, maar wel allebei zoveel energie. Dan bouw je van een kleine bouwval toch een supermooi huis.

Dat kamperen in je eigen huis, en dan samen weer iets opleveren. Een nieuwe badkamer of wc, en dan sta je samen in die wc te knuffelen omdat het zo mooi is geworden. Dat zijn echt gouden herinneringen.

Maar het allermooiste was toen onze kinderen kwamen. Eerst onze zoon, daarna onze dochter. Die heb je samen letterlijk gemaakt en dan ga je daar samen voor zorgen. Dat deden we heel goed. Voor mij is een relatie ook echt teamwerk. En Annemarie en ik waren een heel goed team.’

Heeft het verlies van Annemarie jouw kijk op liefde en de grenzen daarin veranderd?

‘Het heeft me doen realiseren dat je gewoon niet in iemands hoofd kunt kijken. Ik heb heel lang gedacht: als je niet zegt dat het slecht gaat, dan zal het wel oké gaan. Maar de afwezigheid van signalen is niet de afwezigheid van die gevoelens.

Annemarie en ik hadden eigenlijk nooit ruzie. Dat vond ik altijd heel goed van ons. Maar ruzie is ook wel goed, want daar leer je waar jouw grenzen liggen en die van de ander. En ook hoe je daarna weer bij elkaar komt. Toen we eenmaal een relatiecrisis hadden, wisten we niet zo goed hoe we daarmee om moesten gaan. We gingen er ieder op onze eigen manier mee om en raakten elkaar een beetje kwijt.

Ik was heel erg met mezelf bezig. Ik dacht: wij komen in welke vorm dan ook wel weer samen, maar ik moet mezelf eerst even terugvinden. En in die zoektocht heb ik mezelf teruggevonden, maar heeft Annemarie zichzelf helemaal verloren. Daar heb ik niet genoeg oog voor gehad. Dat neem ik mezelf kwalijk. Maar Annemarie gaf aan dat het wel oké ging. Dat ze in een dal zat, maar de lijn alweer omhoog zag gaan. Dat ze gewoon even moest doorbijten. Achteraf las ik in haar brieven dat dat absoluut niet zo was. Dat ze toen al heel donkere, suïcidale gedachten had.’

Hebben jullie ooit over de dood gepraat?

‘Eén keer. We waren in december 2024 op vakantie op Zanzibar. Toen zei ze dat ze die ochtend had gedacht: misschien kan ik gewoon terugkijken op 34 mooie jaren. Dat was een directe vergelijking met mijn opmerking tijdens onze relatiecrisis, waarin ik zei dat we ook trots kunnen terugkijken op negen mooie jaren. Toen hebben we hulp gezocht en is ze van medicatie veranderd. Daarna heeft ze het niet meer gezegd. En toen heb ik de analyse gemaakt: als ze dit niet meer opbrengt, zal ze dat ook niet meer voelen. Maar achteraf lees ik dat die gedachten helemaal niet waren weggegaan. Ze waren er nog steeds en waren zich dieper aan het nestelen.

Ik heb heel lang gedacht: als je niet zegt dat het slecht gaat, dan zal het wel oké gaan

We hadden het verder eigenlijk nooit echt over de dood. En nu denk ik: waarom niet? Ik denk dat we als samenleving veel vaker over de dood en over zelfdodingsgedachten moeten praten. Want als je denkt dat je de enige bent die zulke gedachten heeft, dan voel je je ontzettend alleen. Terwijl je, als je erover praat, misschien ontdekt dat anderen die gedachten herkennen. Dat er mensen zijn die begrijpen wat je doormaakt. Praten is zo belangrijk, juist omdat je daarmee die eenzaamheid kunt doorbreken. Praten en luisteren.’

Is er in de samenleving ruimte voor kwetsbaarheid?

‘Ik denk dat iedereen het prima had gevonden als Annemarie had gezegd: joh jongens, ik ga even parttime werken. Of vrijwilligerswerk doen, het is me even te veel. Ironisch genoeg had iedereen dan waarschijnlijk alsnog gezegd: och, wat sterk dat je dat doet.

Maar Annemarie legde de lat voor zichzelf heel hoog. En ik denk dat die voor moeders sowieso hoog ligt. Je moet een goede moeder zijn, maar ook carrière maken. Je moet je kinderen niet te vaak naar de opvang brengen, maar ook weer niet te weinig.
Annemarie werkte vier dagen in de week. Dat noemen we parttime. Ik werkte ook vier dagen, maar ik had een papadag. Dat is natuurlijk gekke framing. Zij had geen mamadag.

Ik weet dat zij zich de opmerkingen van anderen erg aantrok. De een vond dat ze te veel werkte, de ander juist te weinig. Ik dacht altijd: ja, het zal wel. Maar Annemarie ging door haar perfectionisme echt twijfelen. Doe ik het wel goed? Maak ik wel de juiste keuzes? Dat was voor haar heel ingewikkeld.’

Vertel onze kinderen hoeveel ik van ze hou

Je verloor niet alleen je partner, maar ook het gedeelde ouderschap?

‘Dat is misschien wel een van de moeilijkste dingen. Onze zoon was drie en onze dochter twee toen Annemarie overleed. Onze zoon zit nu volop in de waaromfase. Hij ziet natuurlijk ook dat andere gezinnen een papa en een mama hebben. En zijn mama is dood. Dan vraagt hij: “Waarom heb ik geen mama?”

Ik probeer hem zoveel mogelijk over haar te vertellen. Wie ze was, wat ze leuk vond. En als hij iets doet dat echt op Annemarie lijkt, dan zeg ik dat ook. Dan zegt hij: “O, echt waar?” We hebben het ook al over zelfdoding. Over depressie en over wat er in iemands hoofd kan gebeuren. Ik heb het natuurlijk veel liever over rode auto’s en soldaatjes. Maar ja, dit is het.

Hij speelt veel met Lego. Soms lukt het niet om die blokjes op elkaar te krijgen en wordt hij boos. Toen heb ik uitgelegd dat mama eigenlijk heel vaak het gevoel had dat die Lego niet op elkaar paste. Maar dan in haar hoofd. Toen zei hij: “Wow, dat lijkt me heel stom, papa.” En dan zie je dat er iets binnenkomt. Drie weken later komt hij weer met een nieuwe vraag.

Daarnaast moet je opeens alles zelf beslissen. Als onze zoon een keer in bed plast, denk ik: komt dat doordat hij rouwt om zijn moeder? Of is hij gewoon een jongetje van vijf dat een ongelukje heeft gehad? Normaal kun je daar samen over nadenken. Nu moet ik die beslissing alleen nemen.

Ik heb gelukkig veel mensen om me heen met wie ik kan overleggen. Maar uiteindelijk zijn het adviseurs. Je moet het zelf doen. En die zorgen gaan niet weg. Mensen zien foto’s waarop we lachen. Ze zien dat ik weer werk en sport en dat het best goed gaat. En dat gaat het ook vaak. Maar je weet niet wat er verder achter die voordeur gebeurt.’

Zijn er na Annemarie haar overlijden veel vragen bij jou gekomen?

‘Heel veel. Annemarie heeft heel veel afscheidsbrieven geschreven, dus ze heeft ook heel veel antwoorden gegeven. Maar elk antwoord leidt weer tot drie nieuwe vragen. En die kan ik niet meer aan haar stellen. Ik denk dat dat voor veel nabestaanden herkenbaar is. Je hebt een onstilbare honger naar informatie. De eerste weken en maanden na haar dood heb ik echt fulltime detective gespeeld. Alles wat er aan informatie bestond, heb ik gelezen. Haar brieven, haar laptop, foto’s op haar telefoon.

Elk antwoord leidt weer tot drie nieuwe vragen. En die kan ik niet meer aan haar stellen.

Dan vind je bijvoorbeeld een foto waarop ze in de tuin loopt en een beetje in de verte kijkt. En dan weet je dat ze die dag ook aan haar afscheidsbrieven heeft geschreven. Dus dan ga je denken: kijkt ze zo omdat ze net die brief heeft geschreven? Of had ze gewoon een vliegje in haar oog en was er helemaal niks aan de hand? Je gaat overal iets achter zoeken.

En nog steeds, als ik een laatje opentrek met mijn sportsokken, hoop ik dat daar een briefje ligt met nog meer antwoorden. Natuurlijk weet ik dat dat waarschijnlijk niet zo is. Ik denk dat ik inmiddels alles heb gevonden. Maar toch blijf je hopen. Je wilt gewoon alles weten.’

Wat heeft jou in de beginperiode na haar overlijden geholpen?

‘Allereerst de kinderen. Die moesten gewoon eten, naar school, yoghurt, lunchpakketjes, broccoli. Die hadden ritme en regelmaat nodig. Er waren ochtenden dat ik in bed lag en dacht: ik wil gewoon blijven liggen en huilen. Maar ja, je moet eruit. En dat heeft mij heel erg geholpen.

Daarnaast: hulp accepteren. Niet denken dat je alles zelf moet kunnen. Ik heb honderden berichtjes gekregen van mensen die zeiden: “Yoeri, als er iets is, laat het weten. Ik sta voor je klaar.” Maar daar kun je op zo’n moment eigenlijk helemaal niks mee.

Waar ik veel meer aan had, was een vader van school die opeens met een grasmaaier voor de deur stond. Die zei: “Volgens mij moet ik jouw gazon even maaien.” En die ging gewoon een uur grasmaaien. 

De school van de kinderen heeft ook gezegd: wij gaan tot het einde van het schooljaar voor jullie koken. Elke dag zette een ander gezin eten voor ons klaar. En het mooie was: het is een katholieke school in Brussel, met heel veel Italiaanse gezinnen. Dus we hadden iedere dag mega lekker eten. Dat soort praktische dingen hebben mij echt geholpen.

Je moet bijna alles in het leven zelf doen, maar bijna nooit alleen.

Ben je ook boos op haar geweest?

‘Ja, ik ben weleens boos geweest. Maar vooral omdat ze niet eerder hulp heeft gezocht voor die suïcidale gedachten. Mensen vragen ook weleens of ik boos ben op Annemarie. Omdat ze het een egoïstische daad vinden. Maar het stomme is: in haar hoofd was het juist een heel altruïstische daad. Zij dacht dat wij beter af waren zonder haar. Dat wij eindelijk weer gelukkig konden worden als zij er niet meer was. En dat klopt gewoon niet.

In haar brieven staan zoveel aannames die ze nooit heeft getoetst. Dat alles wat slecht ging door haar kwam. Dat ze ons tot last was. Dat wij ongelukkig waren door haar. Dat vind ik zo verdrietig. Want als we daarover hadden kunnen praten, had ik haar kunnen vertellen dat geen van die aannames klopten.

Maar ik begrijp nu ook dat een depressie je gedachten kan beïnvloeden. Dat je hoofd je dingen laat geloven die niet waar zijn. Dus nee, ik ben niet boos op haar. Ik ben vooral boos op de ziekte. Op het lot. Op het universum, zeg maar.’

Niet iedereen kan goed praten. Wat kunnen naasten daarin doen?

‘Gewoon vragen hoe het met iemand gaat. Luisteren. En daar af en toe op terugkomen. Je hoeft echt geen hulpverlener te zijn. Je hoeft geen Freud te citeren of met theorieën uit de jaren veertig aan te komen. Gewoon praten en luisteren. 

En vraag eens: heb je dit ook met iemand anders besproken? Met de huisarts bijvoorbeeld? Wat zei die? Je kunt iemand helpen om die stap naar professionele hulp te zetten. Niet door te zeggen: jij moet dit of jij moet dat. Maar door te laten weten dat die hulp er is. Want je bent als naaste geen hulpverlener, ondanks dat je je best kan doen. Professionele hulp is beschikbaar en nodig in dit soort situaties. 

Veel mensen zijn bang dat ze iemand op ideeën brengen als ze naar zelfdodingsgedachten vragen. Maar dat is gewoon niet zo. Je kunt niet in iemands hoofd kijken. Dus we moeten elkaar helpen om die gesprekken mogelijk te maken. Ook over de moeilijke dingen.’

Vertel onze kinderen hoeveel ik van ze hou

Voel je de druk om uit iets verschrikkelijks wat je is overkomen, ook iets goeds te laten voortkomen?

‘Niet de druk, maar wel de wens. Ik ben het boek in eerste instantie gaan schrijven voor mijn kinderen. Zodat zij later kunnen lezen wat er is gebeurd, en we het er samen over kunnen hebben. Maar tijdens het schrijven ontdekte ik dat het ook voor mezelf heel goed werkte. Ik ging bepaalde periodes opnieuw beleven en merkte dat ik soms boosheid voelde terwijl ik dacht dat ik vooral verdrietig was. Of andersom. Het heeft me een mooi inkijkje gegeven in haar, in mij en in ons.

Later merkte ik dat ons verhaal ook andere mensen helpt. Ik krijg berichten van mensen die zeggen dat ze zichzelf herkennen in Annemarie en hulp hebben gezocht. Er zijn zelfs mensen die zeggen: dankzij jullie verhaal en jouw openheid leef ik nog. Dat is natuurlijk heel bijzonder.

En ik krijg berichten van nabestaanden die zeggen: mijn partner heeft geen brieven achtergelaten, maar als ik die van Annemarie lees, hoor ik zijn stem. Dat geeft me een enorme motivatie om ons verhaal te blijven delen. Het zorgt er ook voor dat ik uit iets heel negatiefs toch iets positiefs kan halen. Dat het voor mij niet honderd procent zwart is, maar ‘slechts’ heel donkergrijs.’

Heb je zelf depressiviteit gekend?

‘Nee, dat denk ik niet. Ik ben wel af en toe down geweest en heb natuurlijk veel schuldgevoel gehad. Maar ik heb al vrij snel na haar dood besloten dat ik niet de rest van mijn leven met een bloedende, etterende wond wil rondlopen. Het is een hele grote kras, een heel groot litteken. Maar ik weiger mijn hele leven erdoor te laten bepalen.

Dat klinkt misschien makkelijker dan het is, want ik moet mezelf daar iedere dag opnieuw aan herinneren. Ik probeer heel bewust de positiviteit op te zoeken. Maar ik wil ook ruimte blijven geven aan het verdriet. Je moet vooruit kunnen kijken, maar ook achterom durven kijken.’

Vertel onze kinderen hoeveel ik van ze hou

Wat zou je willen meegeven aan nabestaanden of aan iemand die in dezelfde situatie zit als Annemarie?

‘Voor allebei eigenlijk hetzelfde: je bent niet alleen. Er is voor iedereen hulp en het is voor niemand te laat. Dat klinkt als een enorme open deur, maar het is zo belangrijk. 

Als je depressief bent of suïcidale gedachten hebt: er zijn mensen die herkennen wat je doormaakt. Er zijn mensen die eruit zijn gekomen en het leven weer hartstikke leuk vinden. Depressies zijn vaak te behandelen en kunnen weer over gaan. 

En als je iemand bent kwijtgeraakt: ook jij bent niet alleen. Je hoeft het wiel niet helemaal opnieuw uit te vinden. Wat mij helpt, hoeft voor jou niet precies hetzelfde te werken. Maar misschien helpt twintig procent van wat ik doe jou ook. En haal je bij iemand anders weer twintig procent. Dan kun je langzaam ontdekken wat voor jou werkt.

Zelfdoding is zo’n overweldigende gebeurtenis. Je hebt geen idee wat je overkomt. Dan kan het enorm helpen om met iemand te praten die iets vergelijkbaars heeft meegemaakt en die je kan vertellen dat het leven er uiteindelijk ook weer anders uit kan zien. Dat de zon echt wel weer een beetje gaat schijnen.

'Vertel onze kinderen hoeveel ik van ze hou’ verschijnt op 22 oktober 2026 en is nu al hier te bestellen.