Denk je aan zelfdoding?

Wij zijn er voor je. 
Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

 

Bel gratis 113 Chat met ons Teletolk
Bel of chat met ons

Verhalen van hoop en herkenning, voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding.

Blog
29-10-2026

Zelfbeschadiging: Ik wilde dat iemand zag hoe slecht het met me ging

Als mensen zouden zien dat het niet goed met me ging, dan zou er misschien een weg naar hulp komen. Dan zou ik misschien eindelijk gezien worden. Gehoord worden. Dan zou ik misschien zelfs gelukkig kunnen worden. Als mensen zouden zien dat ik mezelf beschadigde, dan zouden ze weten dat ik ongelukkig was...

Maar waarom was ik eigenlijk ongelukkig? Waarom voelde ik me zo leeg en naar, terwijl ik geen concrete reden had om te huilen? Had ik maar een duidelijke reden, dan zouden mensen misschien vragen hoe het met me ging. 

Toen mijn ouders een paar jaar later gingen scheiden, had ik eindelijk zo'n reden. Of viel ook dit eigenlijk wel mee? Waren er niet genoeg anderen die het veel zwaarder hadden dan ik? Zelfs toen mensen me vroegen hoe het met me ging, kon ik weinig anders antwoorden dan: 'Goed hoor.'

In diezelfde periode kwam ik online het woord 'zelfbeschadiging' tegen. Gek genoeg intrigeerde me dat. Ik voelde me negatief, dus zocht ik naar negatief. Zo belandde ik al snel bij allerlei beelden en verhalen over zelfbeschadiging. Ik las waarom mensen dit deden. Het zou opluchten, de mentale pijn verzachten. En veel van die mensen kregen hulp.

En zo kwam de dag waarop ik mezelf voor het eerst beschadigde. Onschuldig. Althans, zo beoordeelde ik het later, toen ik online steeds meer tegenkwam en me realiseerde dat mijn zelfbeschadiging in geen enkele verhouding stond tot wat andere meiden deden. Was ik dan zo'n zwakkeling? Was ik zelfs hier niet goed in? Langzaam werd mijn zelfbeschadiging erger. 

Ik begreep toen niet dat ik mezelf steeds verder beschadigde om iets te bewijzen wat helemaal geen bewijs nodig had. Mijn verdriet was er al. Ook zonder die littekens.

Voelde ik me er echt beter door? Nee. Verzachtte het de mentale pijn? Nee. Het leidde wat af van de leegte die ik voelde. Van mijn werkelijke problemen, waarvan ik niet eens wist wat ze waren. Ik had een geheim. Iets van mezelf. Iets wat niemand wist. En ik had het gevoel dat ik ergens controle over had. Want met die 'littekens' kon ik misschien ooit aantonen hoe moeilijk ik het had. Dan zou ik eindelijk de steun, hulp en redding krijgen waar ik al zo lang op wachtte.

Toen het werd ontdekt

Ja, het werd ontdekt. Een lerares zag het en raakte betrokken. Ik schaamde me kapot. Vond mezelf een aansteller. Kon er niet over praten. Ik voelde me nog meer anders dan de rest van de klas en mijn zelfbeeld werd er alleen maar slechter op. Ik kwam terecht bij een hulpverlener, drie gesprekken, want ook daar kon ik nauwelijks praten over mijn gevoelens. Ik bleef me schamen en mezelf een aansteller vinden. Een half jaar later was ik terug bij af. Zonder hulp, maar met nog meer littekens.

In de jaren erna waren er periodes waarin ik mezelf niet beschadigde, maar het kwam in periodes van pijn ook weer terug. Mede door wat ik bij andere jongeren met psychische problemen om me heen zag, werd het uiteindelijk erger. Zo erg dat ik er mijn hele leven aan herinnerd zal blijven. Die littekens gaan nooit meer weg. Dat vind ik oprecht zonde, omdat ik geloof dat het anders had kunnen lopen. Als ik eerder gezien was, eerder geholpen was en andere manieren had geleerd om mijn gevoelens te uiten, had ik mezelf misschien nooit zo beschadigd.

De littekens die blijven

Destijds kon het me weinig schelen dat er littekens ontstonden. Ergens was ik er misschien zelfs trots op. Ze waren voor mij het bewijs dat ik geen zwakkeling was. Dat ik pijn kon verdragen. Dat ik mezelf dit durfde aan te doen. Nu, jaren later, kan het me wel schelen. Ik vind het naar om dagelijks herinnerd te worden aan die ongelooflijk eenzame en verdrietige jaren uit mijn leven. Mijn lichaam was goed zoals het was. En soms vind ik het moeilijk om te accepteren dat ik het schade heb toegebracht die niet meer te herstellen is. Tegelijkertijd weet ik dat mijn lichaam, ook met die littekens, nog steeds goed genoeg is. Alleen had ik mezelf die pijn zo graag bespaard.

Wat ik met mijn verhaal wil zeggen, is dat zelfbeschadiging mij uiteindelijk niet heeft gebracht waar ik zo naar verlangde. Ik wilde gezien worden, maar kreeg vooral reacties op mijn gedrag. Ik kreeg te maken met vooroordelen, diagnoses waarin ik mezelf niet herkende, boosheid en afwijzing. De pijn die daaronder zat, bleef vaak onbesproken.

zelfbeschadiging

Pas veel later kwam ik in therapie waar de afspraak was dat ik mezelf niet meer zou beschadigen. En juist daar gebeurde iets wat ik al die jaren zo had gemist. Het ging niet langer alleen over wat ik deed, maar over wie ik was. Over wat ik voelde en waarom ik me zo leeg, ongelukkig voelde.

Ik had jarenlang geprobeerd om met mijn lichaam zichtbaar te maken wat ik niet onder woorden kon brengen. Ik dacht dat ik eerst moest laten zien hoe slecht het met me ging, voordat iemand me serieus zou nemen. Voordat ik recht had op hulp. Maar hoe verder ik ging, hoe moeilijker het werd om te vertellen wat er werkelijk aan de hand was.

Ik wou dat ik toen had geweten dat mijn verdriet geen bewijs nodig had. Dat ik mezelf niet eerst hoefde te beschadigen om hulp te verdienen. En dat ik vooral iemand nodig had die verder keek dan mijn gedrag. Iemand die wilde begrijpen waarom ik zo ongelukkig was. Iemand die me echt zag.