Veelgestelde vragen naasten

Wat zijn misverstanden over zelfmoord?

Over zelfmoord bestaan veel misverstanden waar je je als naaste door belemmerd kunt voelen. Een aantal belangrijke misverstanden zijn: 

  • Vragen naar iemands zelfmoordplannen, is iemand op ideeën brengen.

Je kunt het risico op zelfmoord verkleinen door er met de ander over in gesprek te gaan. Het kan helpen om de eenzaamheid en spanning weg te nemen en een oplossing te vinden. Het is nooit aangetoond dat het vragen naar zelfmoordgedachten mensen op ideeën zou brengen.

  •  Mensen die roepen dat ze zelfmoord willen plegen, doen dat niet.

55-90% van de mensen die zelfmoord plegen, hebben vooraf signalen gegeven. Een uitspraak als “Ik maak er een einde aan” is eerder een schreeuw om hulp dan manipulatie of aandachttrekkerij. Neem dit serieus.

  • Als iemand echt zelfmoord wil plegen, dan kun je dat niet tegenhouden.

De meeste mensen willen een einde aan hun situatie of problemen. Ze willen niet per se dood, maar kunnen op deze manier niet verder leven. Je kunt veel bereiken door hen door te verwijzen of te begeleiden naar hulp.

  • Zelfmoord is een ziekte.

Dit is niet waar. Zelfmoord is een uiting van lijden en een poging iets aan dat lijden te doen. Mensen met zelfmoordgedachten willen een oplossing voor problemen, wanhoop en pijn. Wel kunnen bepaalde psychische aandoeningen en medicijnen het risico op suïcidaliteit vergroten.

Hoe herken ik signalen die duiden op zelfmoordgedachten of -gevoelens?

Er zijn uiteenlopende signalen die kunnen duiden op zelfmoordgedachten of gevoelens. Sommige zijn duidelijk zichtbaar, andere zijn minder concreet. Weet waar je alert op moet zijn, dan kun je sneller ingrijpen. 

Non-verbale signalen die kunnen duiden op zelfmoordgedachten

Minder dan een kwart van alle mensen die zelfmoordgedachten of -gevoelens hebben doet uiteindelijk ook echt een poging. De groep die door zelfmoord om het leven komt is nog kleiner. 

Er zijn verschillende dingen die erop kunnen wijzen dat iemand aan zelfmoord denkt. Bepaalde uitspraken, maar ook non-verbale signalen. Bijvoorbeeld:

  • Iemand komt vermoeid over.
  • Iemand ruikt naar alcohol.
  • Iemand kijkt je niet aan, maar naar de grond of kijkt weg van je.
  • Iemand komt hyperactief of opgefokt over.
  • Iemand ziet er onverzorgd uit.
  • Iemand kijkt verdrietig of huilt.
  • Iemand reageert nauwelijks op je.
  • Iemand komt ongeïnteresseerd over.
  • Iemand is vrolijk en uitgelaten.

Alle genoemde signalen kunnen tekenen zijn van zelfmoordgedachten. Helaas is er geen formule die voorspelt wie er zelfmoord pleegt of niet. Onderzoek in elk individueel geval de signalen die je herkent. Let op hoe iemand op je overkomt. Zijn houding en de manier waarop hij op je reageert, kan iets zeggen over hoe hij zich voelt. Zelfs vrolijk en uitgelaten gedrag kan wijzen op suïcidaliteit, hoe tegenstrijdig dat misschien ook lijkt.

Is er sprake van een plotselinge (onverwachte) verandering? Wees dan extra alert. Sterke wisselingen van stemming vormen een risicofactor. Ze kunnen een aanwijzing zijn voor psychische problemen en zelfmoordgedachten of -gevoelens. Zo kan bijvoorbeeld het plotseling opruimen en weggeven van spullen er op duiden dat iemand voorbereidingen aan het treffen is voor een zelfmoordpoging.

Verbale signalen

Behalve aan het gedrag van iemand, kun je soms ook aan bepaalde uitspraken merken dat mensen wanhopig zijn en het leven niet meer zien zitten. Soms spreken mensen hun gedachten aan de dood uit. Dat kan heel letterlijk zijn:

  • 'Ik maak er een eind aan.'
  • 'Ik kan maar beter dood zijn.'
  • 'We hoeven geen nieuwe afspraak te maken. Volgende week ben ik er toch niet meer.'

Maar ook meer cryptische uitspraken zijn mogelijk:

  • 'Jullie zullen geen last meer van mij hebben.'
  • 'Ik trek het niet meer.'
  • 'Laat allemaal maar.'

Kwetsbare momenten

Er zijn ook specifieke signalen waar je extra alert op kunt zijn. Mensen zijn extra kwetsbaar voor suïcidaliteit als:

  • ze emotioneel geraakt zijn. Bijvoorbeeld door verlies van werk of aanzien, of door afwijzing, verlating, ruzie of vernedering. 
  • ze in paniek zijn.
  • ze onder invloed zijn. Ze zijn dan vaak roekelozer, impulsiever, bozer en verdrietiger dan wanneer ze nuchter zijn.
  • ze eenzaam en geïsoleerd zijn. Wanneer ze het zonder bevestiging, steun en troost van anderen moeten doen. 
  • ze ernstig depressief zijn. In zo'n toestand is het leven enorm zwaar. Het leven lijkt dan vaak niets meer waard. Iemand kan dan denken dat het beter is om dood te zijn.

Tunnelvisie

Als iemand aan zelfmoord denkt, is er sprake van wanhoop, pijn en (grote) problemen. Daarnaast is er vaak nog iets aan de hand. Zelfmoordgedachten kunnen zichzelf namelijk versterken en vermenigvuldigen. Mensen met suïcidale gedachten piekeren veel en hebben vaak moeite om andere oplossingen te zien. Er treedt een soort tunnelvisie op, waardoor ze op een gegeven moment geloven dat zelfmoord echt de enige manier is om van de pijn en wanhoop af te komen.

Zijn er do's en don'ts bij het praten over zelfmoord?

Er zijn 4 dingen die belangrijk zijn om te doen als je praat over zelfmoord: 

Benoemen

  • 'Je wilt niet meer verder leven. Bedoel je dat je aan zelfmoord denkt?'
  • 'Als ik het goed begrijp, denk je aan zelfmoord. Klopt dat?'

Concretiseren

  • 'Je zegt, ik stop ermee. Wat bedoel je daarmee?'
  • 'Je zegt, zó hoeft het niet meer. Wat bedoel je met zó?'
  • 'Je zegt dat het toch een warboel is. Wat is nu precies een warboel?'

Veiligheid

  • 'Heb je een plan?'
  • 'Hoeveel haast heb je om dat plan uit te voeren?/Hoeveel haast heb je om je leven te beëindigen?'
  • 'Heb je het gevoel dat je jezelf onder controle hebt?'

Versterken

  • 'Wat helpt je meestal als je je zo rot voelt?'
  • 'Hoe denk je dat je vanavond veilig kunt blijven?'
  • 'Hoe is het je de afgelopen weken gelukt om je weer kalmer/minder gespannen/veiliger te voelen?'

Wat je beter niet kunt doen is het volgende:

Direct hulp verlenen

  • 'Hmm, eens nadenken hoe we je nare gedachten kunnen wegnemen.'

In paniek raken

  • 'Blijf even zitten. Dan bel ik nú de crisisdienst/psychiater/je ouders!'
  • 'Jee, wat verschrikkelijk. Dat is echt heel erg!'

Meepraten/instemmen

  • 'Ja, ik snap wel dat je niet meer wilt...'
  • 'Tja, als ik in jouw schoenen zou staan, zou ik het misschien ook wel opgeven.'

De zonnige kant van het leven laten zien

  • 'Ach joh, het kan altijd nog erger...'
  • 'Ik heb dat ook wel eens gehad, maar daar kwam ik gelukkig gewoon weer goed uit!'

In het gesprek een oordeel vellen

  • 'Dat kun je niet maken!'
  • 'Wat egoïstisch zeg. Denk toch aan je kinderen!'

Snel adviseren

  • 'Waarom ga je niet gewoon wat vaker sporten/...?'
  • 'Het zou goed zijn om minder te gaan werken, lijkt me.'
  • 'Nou ja, dan moet je maar snel van studie wisselen/wat anders doen.'

Waarom zoeken sommige mensen met suïcidale gedachten of gevoelens geen hulp?

Iemand die kampt met zelfmoordgedachten komt allerlei obstakels tegen op zoek naar effectieve hulp. In veel gevallen zijn schaamte en/of angst voor de gevolgen van hulp zoeken een drempel om om hulp te vragen. Mensen vrezen vaak:

  • onbegrip van de omgeving of hulpverleners
  • een label als psychiatrisch patiënt
  • bemoeizucht en/of bezorgdheid van anderen
  • verlies van controle
  • gedwongen opname

De belangrijkste redenen waarom mensen met zelfmoordgedachten geen hulp zoeken in volgorde van belangrijkheid zijn:

  1. Men heeft geen behoefte aan hulp.
  2. Men wil het zelf oplossen.
  3. Men verwacht dat het probleem zonder hulp wel zal verdwijnen.
  4. Men heeft negatieve associaties bij hulpverlening.

Kan ik zeggen dat de ander niet aan zelfmoord moet denken? 

Denken aan zelfmoord kan iemand een gevoel van controle geven, hoe tegenstrijdig dit misschien ook klinkt. Het besef dat je altijd zelf nog kunt besluiten om er uit te stappen, zorgt er vaak voor dat het niet eens (direct) nodig is. Het kan altijd nog. Die vluchtroute of nooduitgang kan dus heel belangrijk zijn. Neem deze niet van iemand af door opmerkingen als:

  • 'Geen gekke dingen doen, hè!'
  • 'Denk aan je kinderen. Dat kun je toch niet doen!'
  • 'Beloof me dat je jezelf niets aandoet!'

Dergelijke opmerkingen leggen onnodig druk op de ander. Het gevoel de controle te verliezen kan een averechts effect hebben.

Is de behandeling wel goed?

Waar een goede behandeling voor suïcidaliteit aan moet voldoen, staat beschreven in de Multidisciplinaire Richtlijn. Een goede behandeling voldoet aan de volgende eisen:

  • Er kan open en zonder oordeel over de suïcidaliteit worden gesproken.
  • Er wordt gewerkt aan de veiligheid, bijvoorbeeld met een veiligheidsplan.
  • De omgeving wordt betrokken bij de behandeling. Geef gerust aan dat je betrokken wilt worden bij de behandeling als dit niet het geval is.
  • Als er problemen spelen in de behandeling, is het belangrijk dat degene die de behandeling volgt dit bespreekt met de behandelaar. Als behandelaar en cliënt er samen niet uit komen, is het een optie om een second opinion aan te vragen. Dit gaat via de huisarts.

Doen jullie ook iets voor nabestaanden?

Een dierbare die een einde aan zijn leven maakt, laat nabestaanden bijna altijd achter met veel vragen en weinig antwoorden. Het is een verschrikkelijk en onbeschrijfelijk einde aan iemands leven. Verdriet, onmacht, schuldgevoel, boosheid en schaamte kunnen elkaar afwisselen. Als je wist dat er bij je dierbare sprake was van zwaar psychisch lijden, kun je door het gemis heen misschien ook opluchting voelen. Dat maakt het vaak allemaal nog veel verwarrender. 

Waarom?

Als jouw dierbare een einde aan het zijn leven heeft gemaakt, gaan er vragen door je heen. Veel mensen willen weten ‘waarom’ iemand een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Ze zijn op zoek naar antwoorden, die ze waarschijnlijk nooit zullen krijgen. Ook onderzoekers en deskundigen tasten in het duister. Suïcide is vaak een complex samenspel van allerlei factoren of een opeenstapeling van problemen. Soms zichtbaar, vaak ook niet of soms vallen achteraf de puzzelstukjes in elkaar. Er is geen ‘recept’ voor het voorkomen van zelfmoord en het is vaak niet iets dat je alleen kunt voorkomen. Je bent nooit persoonlijk verantwoordelijk voor de zelfmoord van een ander. 

De waarom-vraag ligt dicht aan tegen schuldgevoel: waarom heb ik dit niet gedaan, of als ik nou dat had gezegd of gedaan, dan had mijn dierbare misschien nog geleefd. Veel nabestaanden vragen zich af of zij dan niet de moeite waard waren om voor te blijven leven. Heel vaak zijn er geen antwoorden op al deze vragen en dit maakt het rouwproces complex.
Ben je nabestaande en heb je het gevoel dat je in een vicieuze cirkel terechtkomt, vraag je jezelf continu af wat je had kunnen doen? Of geef je jezelf de schuld van de dood van je dierbare? Dan adviseren wij je om contact op te nemen met je huisarts.


Hulp bij rouwverwerking


113 richt zich op suïcidepreventie. Dit betekent dat wij ons inzetten om suïcide te voorkomen. Voor nabestaanden bestaan er gelukkig veel organisaties die gespecialiseerd zijn in rouwverwerking. Veel nabestaanden bij suïcide hebben last van gecompliceerde rouw en zoeken hulp bij rouwverwerking.
Ervaar je gevoelens van nutteloosheid, of heb je een extreem verlangen naar je dierbare? Of vermindert het ongeloof over en bitterheid door het overlijden van je dierbare niet? Dan heb je misschien hulp nodig bij de rouwverwerking. Neem contact op met de huisarts of de praktijkondersteuner van de huisarts (POH). Die kan je informeren over de mogelijkheden van hulp voor nabestaanden in de omgeving. 

Organisaties die gespecialiseerd zijn in complexe rouwverwerking waar je ook contact mee kunt opnemen, zijn: Stichting Korrelatie, Landelijk Steunpunt Rouw, Essenburgh, Stichting Sacha, Rouw na zelfdoding, Stichting Rouw na zelfdoding en Bureau De Groot Garmerwolde.
Online hulp bij 113
Nabestaanden reageren allemaal anders op het overlijden van hun dierbare. Soms krijgen zij zelf suïcidale gedachten. Herken je dit? En heb je acute hulp nodig? Dan kun je 24/7 bellen of chatten met een vrijwilliger. Je kunt je ook aanmelden voor kortdurende hulp via chat, telefoon of e-mail. Daarnaast kun je een zelfhulpcursus doen. Wil je advies van een 113 professional, dan kun je op werkdagen van 11:00 -12:00 uur terecht op het spreekuur via 020-3113887.


Wat kan ik doen aan suïcidepreventie?


Je kunt als nabestaande verschillende dingen doen. Wat je gáát doen, is afhankelijk van wat je hebt meegemaakt en of je de behoefte voelt om dat te delen met anderen. 

Wil je je verhaal kwijt, dan kun je meewerken aan de monitor van de Ivonne van de Ven Stichting (opgericht voor nabestaanden na een suicide van een dierbare) voor betere suïcidepreventie. 

Als je actief wilt helpen om suïcide te voorkomen, dan kun je je aanmelden als vrijwilliger bij 113.
Waarom gebruikt 113 de term zelfmoord?
Zelfmoord, zelfdoding of suïcide, het zijn allemaal synoniemen die mensen gebruiken voor een verschrikkelijk naar einde aan iemands leven. Het is heel goed te begrijpen dat veel nabestaanden het woord zelfmoord nóg pijnlijker vinden dan het woord zelfdoding of suïcide. Moord heeft een keiharde klank en wijst op een wandaad, een misdaad wellicht. 

113 wil niet alleen respectvol en empathisch, maar ook nuchter en direct communiceren. We gebruiken daarom woorden die de meeste mensen normaal vinden, gebruiken en snappen. Op onze website en in onze communicatiemiddelen spreken we daarom ook over zelfmoord. We sluiten echter aan bij de woordkeuze van de groepen waarmee wij in contact staan. Suïcide is een term die vooral door professionals wordt gebruikt, zoals in de ggz of bij onderzoek. Zelfdoding wordt door nabestaanden gebruikt. 

Onderzoek heeft uitgewezen dat hulpvragers ons vinden door te zoeken op het woord “zelfmoord”. Zij zoeken veel minder vaak op de term zelfdoding of suïcide. Door in onze teksten deze term te gebruiken, worden wij makkelijk gevonden. Dat is in ons geval van levensbelang, omdat onze hulpvragers  in levensnood verkeren. 
Het verlies van leven en het leed van de nabestaanden is uiteindelijk met geen enkele pen te beschrijven. Geen enkel woord doet recht aan de complexiteit van het lijden en de strijd van de mensen die leden. Zelfmoord, zelfdoding of suïcide: omdat je het niet kunt doodzwijgen, moeten we erover (leren) praten.