De 9 onderdelen van LifeSpan
1. Nazorg na een suïcidepoging
Zorg voor goede nazorgvoorzieningen voor mensen na een suïcidepoging, met aandacht voor de spoedeisende hulp en de overgang naar vervolgzorg.
2. Effectieve behandeling van suïcidaliteit
Train GGZ-professionals in bewezen behandelmethoden voor mensen met suïcidale gedachten of gedrag.
3. Versterken van de eerstelijnszorg
Bied huisartsen en POH-GGZ training en ondersteuning om suïcidaliteit te herkennen, bespreekbaar te maken en passende hulp te bieden of door te verwijzen.
4. Verbeteren van vaardigheden van professionals die als eerste ter plaatse zijn
Train medewerkers die vaak als eerste in contact komen met mensen in crisis (zoals politie of ambulancepersoneel) in het omgaan met suïcidale situaties.
5. Bevorderen van mentale gezondheid op school
Voer schoolprogramma’s uit die mentale gezondheid en veerkracht bevorderen.
6. Trainen van de gemeenschap
Train sleutelfiguren (gatekeepers) uit de gemeenschap, zoals leraren, sportcoaches of vrijwilligers, om signalen van suïcidaliteit te herkennen en adequaat te handelen.
7. Bewustwording vergroten in de samenleving
Organiseer publiekscampagnes of lokale initiatieven om kennis te vergroten, taboes te verminderen en betrokkenheid te stimuleren.
8. Verantwoorde (sociale) mediaberichtgeving
Stimuleer dat mediaprofessionals veilige en zorgvuldige richtlijnen volgen bij berichtgeving over suïcide. Denk hierbij ook aan sociale media.
9. Toegang tot middelen beperken
Neem maatregelen om toegang tot veelgebruikte middelen (zoals medicijnen) te beperken en risicovolle plekken veiliger te maken.
De komende tijd vind je op deze pagina meer informatie en tools over het LifeSpan-model en hoe je hiermee kunt werken in jouw regio of gemeente.
