Journalisten

Wetenschappelijk onderzoek en de praktijk wijzen uit dat de manier waarop Nederlandse en internationale media over suïcide berichten positieve en negatieve effecten kan hebben op het aantal suïcides in Nederland. Woordvoerders, journalisten en andere mediaprofessionals kunnen bijdragen aan het voorkomen van suïcides. Het Trimbos-instituut en 113 Zelfmoordpreventie beschrijven in een handreiking voor mediaprofessionals hoe.

Vragen over media-item

Werk je aan een media-item waar het thema zelfmoord in voorkomt en twijfel je of de berichtgeving veilig is? Onze persvoorlichters denken graag met je mee en kunnen meer uitleg geven over de richtlijnen voor journalisten. Schroom niet om contact op te nemen om te overleggen of advies te vragen.

Persvoorlichters:
- Evita Bloemheuvel (e.bloemheuvel@113.nl) 
- Anke Wammes (a.wammes@113.nl).

Verwijzing berichtgeving zelfmoord

Tip: verwijs bij berichtgeving over zelfmoord altijd naar 113. Je kunt daarvoor deze zin gebruiken:

Denk jij aan zelfmoord? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 en www.113.nl.

    Gevolgen van berichtgeving over suïcide in de media

    De meeste onderzoeken naar de effecten van berichtgeving over suïcide in kranten beschrijven een imitatie-effect/copycateffect. De onderzoekers (m.n. afkomstig uit de Verenigde Staten, Australië, Oostenrijk en Duitsland) vonden steeds weer aanwijzingen voor het bestaan van het zogeheten Werther-effect. Dit effect ontleent zijn naam aan de toename van het aantal suïcides na de publicatie van Goethes “die Leiden des jungen Werthers” in 1774. Overigens bestaat het effect niet alleen voor kranten, maar ook voor berichtgeving op radio, televisie en online. Tevens treedt het effect zowel op bij berichtgeving over daadwerkelijke suïcides, als bij verhalen over fictieve zelfmoorden.

    Grootte van het effect in relatie tot de hoeveelheid publiciteit

    De Britse onderzoeker Hawton interviewde gedurende een bepaalde periode mensen die een suïcidepoging hebben gedaan bij opname op de eerstehulpafdelingen van Britse ziekenhuizen, na een tv-uitzending over een zelfmoordpoging. 20% van de mensen die waren opgenomen gaven aan dat de uitzending hun besluit om een suïcidepoging te doen had beïnvloed, evenals de manier waarop. De Amerikaanse hoogleraar epidemiologie Gould bestudeerde de beschikbare studies en concludeerde dat de grootte van het effect te maken heeft met de hoeveelheid publiciteit, of men bericht over de wijze van zelfdoding (er is vaak een toename van suïcides met dezelfde methode) en de plek waarop het nieuws wordt aangeboden (prominent op de voorpagina leidt tot meer imitatie).

    Bekendheid van de overledene

    De bekendheid van de overledene speelt ook een rol, maar dat hangt samen met de manier waarop de mening over de suïcide beïnvloed wordt. Zo leidde de zelfmoord van Kurt Cobain in 1994 niet tot meer suïcides, waarschijnlijk vanwege de overwegend negatieve beoordelingen van zijn zelfdoding in de media. De zelfmoord van de  Duitse voetballer Robert Enke, die veel aandacht kreeg, echter weer wel: in de week na de dood van Enke verdubbelde in Duitsland het aantal suïcides. Sonneck bestudeerde de implementatie van richtlijnen in Oostenrijk, die daar tot een afname van suïcides leidde. In de jaren ’80 daalde in Wenen het aantal suïcides waarbij mensen voor de metro sprongen met 75% nadat lokale journalisten besloten niet langer over deze methode te berichten.

    Hoe dan wel? Papageno-effect

    Hoewel berichtgeving over suïcide dus kan leiden tot imitatiegedrag, blijkt uit ander onderzoek dat zorgvuldige en veilige berichtgeving ook een omgekeerd, dus preventief effect kan hebben (Papageno-effect). Zeker als daarbij wordt aangeven hoe mensen met succes hun suïcidale crisis te boven zijn gekomen. Die verhalen kunnen het aantal suïcides verlagen.

    Internationale richtlijnen

    De 10 Tips zijn afkomstig uit eerder in andere landen gepubliceerde richtlijnen. Inmiddels zijn er mediarichtlijnen in de Verenigde Staten, Australië, Oostenrijk, Canada, Duitsland, Japan Nieuw-Zeeland, België en Zwitserland.

    Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de International Association of Suicide Prevention (IASP) hebben documenten en richtlijnen uitgebracht. ‘Preventing Suicide A Resource for Media Professionals’ van de WHO.

    Literatuur

    Gould, Madelyn (2001). Suicide and the Media. Annals of the New York Academy of Sciences, 932(1); 200-224. Hier te downloaden

    Schmidtke, Armin & Schaller, Sylvia (2000). The Role of Mass Media in Suicide Prevention. In: K. Hawton & K. van Heeringen (Eds): The International Handbook of Suicide and Attempted Suicide. Chichester: Wiley and Sons.

    Hawton, Keith, Simkin, S, Deeks, J. e.a. (1999). Effects of a drug overdose in a television drama on presentations to hospital for self poisoning: time series and questionnaire study. British Medical Journal, 318: 972–977.

    Sonneck, G., Etzerdorfer, G. &  Nagel-Kuess, S. (1994). Imitative suicide on the Viennese subway. Soc. Sci. Med. 38: 453–457.