Suïcide per werksector

Artikel door Renske Gilissen & Guus Berkelmans

Amsterdam, februari 2019

Aanpak

Alle werkgevers worden door de belastingdienst ingedeeld in een sector. Deze sectoren zijn gekoppeld aan de doodsoorzakenstatistiek door 113 Zelfmoordpreventie door middel van de microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dit stuk laat zien bij welke werksectoren suïcide veel voorkomt. Zowel absolute aantallen (ruw aantal personen overleden door suïcide) als relatieve aantallen (aantal suïcides per 100.000 personen in de desbetreffende werksector) worden getoond voor de jaren 2013-2016, de meest recente data dat beschikbaar is.

Toelichting bij resultaten

Vanwege de “Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek” kunnen geen resultaten worden gepresenteerd van minder dan 10 waarnemingen. Alleen bij de werksectoren met elk jaar meer dan 10 suïcides zijn de getallen weergegeven. Bij alle overige sectoren staat een sterretje (*), dat betekent dat er in die werksector tenminste in een jaar minder dan 10 suïcides waren.

Aantal suïcides per werksector

In tabel 1 staat het aantal suïcides per werksector, zowel absoluut als per 100.000 mensen die werken in die werksector. In de tabel zijn het hoogste aantal suïcides geel gekleurd. De oranje gekleurde vakjes betekent dat het aantal suïcides relatief hoog is (meer dan 20 suïcides per 100.000 personen in de desbetreffende werksector).Kijkend naar zowel de absolute aantallen als de relatieve aantallen dan komen in Nederland de meeste suïcides voor bij uitzendkrachten die werken bij uitzendbedrijven (sector 52).


Hiernaast komt suïcide jaarlijks relatief veel voor bij mensen die werken bij instellingen of diensten die zich bezighouden met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw)of de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) (sector 67: Werk en (re)integratie) en bij mensen die werken bij de taxi- en ambulancevervoer (sector 28).

In absolute aantallen is het aantal suïcides per jaar ook hoog in de gezondheidssector (sector 35). Deze sector is heel breed en omvat artsen, tandartsen, apothekers, dierenartsen, psychiatrische inrichtingen, medisch- en opvoedkundige bureaus, privé ziekenhuizen,sanatoria, verpleeghuizen, kerkgenootschappen, herstellingsoorden, kinderdagverblijven,crèches, speelterreinen, consultatiebureaus, etc. In deze sector werken veel mensen en het aantal suïcides per 100.000 personen die werken in deze sector is niet hoog.

In de agrarische sector (sector 1) zien we zowel absoluut als relatief geen opvallende aantallen. Deze sector omvat mensen die werken in de akker- en weidebouw, veehouderij,pluimveehouderij, tuinbouw, hoveniersbedrijf, bijenteelt, bosbouw, griend- en rietcultuur, grasdrogerijen, aardappelsorteer inrichtingen, jacht, cultuurtechnische werken en in de visteelt. Wat we hier wel zien is een toename in het aantal suïcides. Vergeleken met 2013 overleden er in 2016 in deze sector 5 per 100.000 mensen meer, zie tabel 2. De grootste toename ten opzichte van 2013 zien we echter in de werk- en (re)integratie sector (sector 67); hier is het verschil 17 per 100.000 mensen.

Tabel 1. Aantal suïcides per werksector zowel absoluut als per 100.000 voor 2013-2016 met de sectoren met elk jaar meer dan 10 suïcides. * betekent dat er in die werksector tenminste in een jaar minder dan 10 suïcides waren. Bron: CBS.

tabel 1a

tabel 1b

Tabel 2. Werksectoren met de grootste toename in het aantal suïcides per 100.000 tussen 2013 en 2016. Bron: CBS.

tabel 2