In Oost-Brabant tweedeklassers gescreend op depressieklachten en suïcidaliteit

30 juni 2020
Suicidepreventie op school

Net als zo’n vijftienduizend andere middelbare scholieren uit haar regio werd de Brabantse in de tweede klas gescreend op suïcidaliteit en depressieve klachten. De screening wordt jaarlijks uitgevoerd sinds het schooljaar 2016-2017. Scholieren in Oost-Brabant krijgen bijvoorbeeld de vraag welke zin het beste hun gevoelens en gedachten van de afgelopen twee weken beschrijft: Ik ben soms verdrietig. / Ik ben vaak verdrietig. / Ik ben altijd verdrietig. En: Voor mij zal nooit iets goed verlopen. / Ik weet niet zeker of alles goed zal komen met mij. / Alles zal goed komen met mij.

Preventiescreening en training

Zo’n vijftienduizend tweedeklassers van vijftig middelbare scholen in Oost-Brabant (regio Oss, Helmond en Boxmeer) zijn sinds het schooljaar 2016-2017 gescreend, met als doel depressieve klachten en suïcidaliteit vroeg te signaleren en te behandelen. Wie daar mogelijk baat bij heeft, kreeg een groepstraining aangeboden. Deze zogeheten STORM-aanpak werd ontwikkeld op initiatief van GGZ Oost Brabant, vanwege het relatief hoge aantal suïcides in Brabant.

Stichting 113 Zelfmoordpreventie wil van het Rijk budget zodat álle middelbare scholieren in Nederland structureel getest worden en een training kunnen volgen. De STORM-aanpak in Brabant wordt nu nog door gemeenten gefinancierd en is gratis voor scholen en hun leerlingen.

Andere bril

De training gebruikt technieken uit de cognitieve gedragstherapie, waarbij de centrale gedachte is dat een negatief gevoel voortkomt uit een negatieve interpretatie van een gebeurtenis. Het idee: wie leert met een andere bril naar een situatie te kijken, kan zich beter gaan voelen.

Vooral de manier waarop STORM is georganiseerd, is vernieuwend, zegt Daan Creemers. Hij is als klinisch psycholoog en onderzoeker bij GGZ Oost Brabant verbonden aan het project. „We werken heel systematisch, door jaarlijks álle tweedejaars te screenen komen jongeren met depressieve klachten al vroeg in beeld.” Ook is er veel samenwerking en overleg tussen verschillende partijen, zoals GGD, ggz en scholen, zegt Creemers. 

Van de jongeren die sinds 2016 in Oost-Brabant gescreend zijn, had ongeveer 10 procent depressieve klachten. Zo’n honderd jongeren volgden de training Op Volle Kracht. Vanwege de coronacrisis ligt STORM tijdelijk goeddeels stil; bedoeling is om in het nieuwe schooljaar weer te beginnen. 

Dieptepunt

GGD’s in de rest van Nederland onderzoeken minstens eens per vier jaar middelbare scholieren, maar vragen naar depressieklachten en suïcidaliteit is niet standaard. Dat juist in Brabant zo’n groot preventieproject is gestart, lijkt geen toeval: in deze provincie plegen al jaren relatief veel mensen suïcide, met 2017 als pijnlijk dieptepunt. Toen overleden in Nederland 81 tieners door zelfdoding, van wie een kwart in Brabant. 

Een commissie onder leiding van 113 Zelfmoordpreventie deed onderzoek naar deze plotselinge landelijke stijging en vond geen duidelijke verklaringen. Wel bleek dat veel ouders die hun kind verloren, zich vaak niet gehoord voelden door hulpverleners. 

Directeur Rutger van Deursen van IVO-Deurne, een scholengemeenschap van vier middelbare scholen, werd rond 2015 binnen een jaar tijd geconfronteerd met vier suïcides van (oud-)leerlingen. Ze waren tussen de 14 en 17 jaar oud. De impact op school was „immens”, vertelt Van Deursen. „Toen dachten we: hier moeten we wat tegen doen. ” 

Nu zijn scholen deelnemen aan STORM merkt Van Deursen dat signalen van depressiviteit en suïcidaliteit sneller worden opgemerkt. Alle mentoren van het tweede leerjaar volgden een training van 113 Zelfmoordpreventie. 

Ze leerden onder meer dat je ‘gewoon’ kunt vragen naar doodsgedachten. „Daar schrok ik eerst van”, zegt Van Deursen. „Ik dacht: zou dat niet juist kunnen leiden tot een toename van suïcides? Maar al vrij snel had ik in de gaten dat je zelfdoding juist kunt voorkomen als je het niet onder de mat schuift.” 

Van Deursen zit al dertig jaar in het onderwijs. Ook hem valt op hoe goed de samenwerking is tussen alle betrokken partijen. „Als ik een expert nodig heb op het gebied van depressie of suïcide, is de lijn heel kort. En je neemt elkaar serieus, iedereen weet waar hij of zij over praat.” 

Bron: NRC