Landelijke agenda

De stijging van het aantal suïcides in het afgelopen decennium is de reden voor het ontstaan van de Landelijke Agenda Suïcidepreventie. Het doel van de Landelijke Agenda is om suïcidepreventie in verschillende domeinen op de kaart te zetten en activiteiten op dit gebied uit te breiden.

Landelijke agenda gaat door (2018-2021)

Van 2014-2017 heeft minister Schippers zich verbonden aan de landelijke agenda met een regisseursrol in diverse domeinen, met als doel het aantal zelfmoorden zoveel mogelijk terug te brengen. Het terugdringen van suïcides is complex en vergt langere adem en inzet. De tweede landelijke agenda gaat van start van 2018 tot 2021. VWS stelt met een projectsubsidie Stichting 113 Zelfmoordpreventie in staat een aanjagende en coördinerende rol te vervullen bij de uitvoering van de Landelijke agenda en de bewaking van de voortgang daarvan.

Betrokkenen bij de Landelijke Agenda

Een breed gedragen meerjarige aanpak is van belang om suïcides terug te dringen. Vanuit verschillende hoeken van de maatschappij moeten we de risico’s en signalen leren herkennen en weten hoe we handelingsperspectief kunnen bieden en op moeten treden. Een groot aantal partijen uit de gezondheidszorg, maatschappelijke sector en ProRail is betrokken bij deze Landelijke Agenda. Het ministerie van VWS heeft de regie, 113 is de drijvende kracht in de uitvoering ervan. Dit gebeurt door een team van kwartiermakers van 113 in vier domeinen: de zorg, het onderwijs, het sociaaleconomische domein en de media. Hier stimuleren, coördineren en verbinden zij, totdat suïcidepreventie in al deze domeinen een blijvende en vanzelfsprekende activiteit is geworden.

Tweede landelijke agenda: starten, continueren, verdiepen en verbreden

De komende jaren zullen in het teken staan van het continueren, verdiepen en verbreden van bestaande acties (zie overzicht hieronder) op het gebied van zelfmoordpreventie en er zullen nieuwe projecten gestart worden. Zo is er nog veel winst te behalen op de spoedeisende hulpdiensten (SEH) in verbetering van kennis, inzicht en vaardigheden en het bieden van nazorg na behandeling op de SEH. En is het belangrijk dat in de (zorg)keten mensen met suïcidaal gedrag, goed worden herkend, opgevangen, behandeld en (warm) overgedragen worden. Ook is het van groot belang dat in het onderwijs, de media en het sociaaleconomische domein voldoende kennis en interesse is om zorgvuldig te handelen en risicogroepen te herkennen. Dit wordt vergroot door veel direct contact, trainingen, lezingen en workshops.

Naasten

Er is veel aandacht voor het betrekken van familie- en naasten. Dit gebeurt in samenwerking met het Landelijk Platform GGZ en de Landelijke Stichting Familie Vertrouwens Personen. Het betrekken en informeren van naasten hoort een vast onderdeel te zijn van preventie en behandeling van de cliënt met suïcidale gedachten. Daarnaast moeten naasten worden geïnformeerd en ondersteund. Er wordt een training speciaal voor naasten ontwikkeld. Naasten van mensen met suïcidaal gedrag kunnen verschillende rollen vervullen.

  • In de eerste plaats zijn naasten vaak toeleiders naar zorg en een belangrijke informatiebron voor de professional. Zij zullen vaak als eerste signaleren dat er een risico is op suïcide en schakelen hulp in van huisarts, behandelaar of nooddiensten. Ook kunnen zij meestal belangrijke informatie verschaffen die de cliënt zelf niet kan of wil geven.
  • In de tweede plaats kunnen naasten een grote rol spelen bij de diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. Zij kunnen functioneren als co-begeleider of als bondgenoot van de professional. Bijvoorbeeld door te zorgen voor de veiligheid van de cliënt en door de therapietrouw te verhogen. Ook kunnen zij een bijdrage leveren aan de behandeling door deelname aan familie-, partner- of systeemtherapie.
  • In de derde plaats hebben naasten meestal de rol van mantelzorger. Zij zorgen voor ondersteuning bij de algemene dagelijkse levensbehoeften.
  • In de vierde plaats kunnen naasten zelf zorgvrager zijn of worden. Naasten kunnen zich machteloos, schuldig en vervreemd voelen door de doodswens van hun geliefde. Ook ligt gevaar van overbelasting op de loer. Zij kunnen hierdoor soms zélf hulp of ondersteuning nodig hebben.

Overzicht Activiteiten LA

In de afgelopen twee jaar is door alle partijen die betrokken zijn bij de Landelijke Agenda veel tot stand gebracht. Een kort overzicht.

De zorg

  • 24 grote GGZ-instellingen zijn intensief aan de slag met suïcidepreventie en 13 instellingen daarvan wisselen met elkaar data en praktijkvoorbeelden actief uit via Supranet GGZ. Veel hulpverleners in suïcidepreventie geschoold op dit gebied. Ook zijn tal van verbeteringen in de zorg aangebracht.
  • Diverse beroepsgroepen hebben aangegeven dat ze bezig zijn om suïcidepreventie in hun aanbod aan onderwijs en andere activiteiten op te nemen,
  • 6 GGD’en zijn trekker in een Supranet Community. Dit betekent dat zij aanjager in hun regio zullen worden, met betrekking tot suïcidepreventie. Huisartspraktijken spelen in deze ‘proeftuinen’ een belangrijke rol.
  • Supranet GGZ, een lerend netwerkwerk voor en door ggz-professionals dat streeft naar minder suïcides door steeds betere samenwerking door 13 deelnemende ggz-instellingen.
  • Op 7 spoedeisende hulpdiensten zijn de knelpunten voor goede suïcidepreventie in kaart gebracht.

Werk je in een van deze domeinen en wil je weten hoe je kunt helpen om de zorg verder te professionaliseren op dit terrein? Heb je er zelf ideeën over? Neem dan contact op met Evelien van Goor.

Het onderwijs en het sociaaleconomische domein

In deze domeinen zijn steeds meer suicidepreventietrainingen gatekeeper gegeven, voor mensen die mogelijk met mensen die suïcidale gedachten hebben in contact komen. Ook zijn er specifieke handreikingen beschikbaar die het taboe op het spreken over zelfmoord moeten doorbreken. Het zijn heel concrete stappenplannen die medewerkers in het onderwijs en het sociaaleconomisch domein handvatten geeft.

Werk je in een van deze domeinen en wil je weten hoe je kunt helpen om je werkomgeving verder te professionaliseren op dit gebied? Heb je er zelf ideeën over? Neem dan contact op met Evelien van Goor.

De media

Het is van groot belang dat de media voldoende kennis hebben om zorgvuldig en gepast over suïcidaliteit te informeren. Veel journalisten hanteren inmiddels de ‘tien tips voor journalisten’, ook vindt de naamsvermelding van 113 in kranten en tv veel vaker dan voorheen plaats.

Werk je in de media en wil je weten hoe je kunt helpen om jouw werkomgeving verder te professionaliseren op dit gebied? Heb je er zelf ideeën over? Neem dan contact op met Mireille de Haan.

Verder bouwen aan Supranet

Relatief nieuw is het Supranet-programma, het SUïcide PReventie Actie NETwerk. Dit programma richt zich enerzijds op het ontwikkelen van lerende netwerken binnen de gespecialiseerde ggz (Supranet GGZ, samenwerking binnen de bedrijfskolom).

Anderzijds richt het programma zich op een regionale samenwerking tussen de GGD, huisarts, wijkteam, ggz, ziekenhuis en lokale gatekeepers organisaties Supranet Community, samenwerking binnen regionale ketens). Beide onderdelen van het programma worden ondersteund door 113. Lessons learned zullen gaandeweg 2017 landelijk worden verspreid.

Wil je meewerken in Supranet of wil je meer informatie? Neem dan contact op met Gerdien Franx.

Neem contact op met een van onze kwartiermakers

Bekijk de praktijkvoorbeelden