SUPRANET GGZ is het landelijk lerend netwerk voor suïcidepreventie in de geestelijke gezondheidszorg. De instellingen die deelnemen aan dit netwerk delen de ambitie om het aantal suïcides en pogingen onder hun patiënten fors terug te dringen. Zij werken samen om de kwaliteit van zorg voor suïcidale patiënten zichtbaar te maken, te leren wat er beter kan en de zorg waar nodig te verbeteren.

Geestelijke gezondheidszorg is één van de meest effectieve preventiemaatregelen waarmee suïcide kan worden voorkómen. Circa 40% van de mensen die suïcide plegen is in zorg bij een GGZ-instelling. Voor familieleden en andere naastbetrokkenen is het verlies van een dierbare door suïcide een traumatische gebeurtenis. Voor de betrokken hulpverlener leidt het vaak tot gevoelens van spijt, schuld, angst voor sancties, en verdriet. Ondanks dat er vele levens gered worden, is er op het gebied van suïcidepreventie in de instellingen nog een wereld te winnen. Daarvoor werken zij sinds 2016 samen in een lerend suïcidepreventie actienetwerk: SUPRANET GGZ.

Activiteiten

Supranet GGZ is geïnspireerd op NICE (Nationale Intensive Care Evaluatie). Inmiddels werken bijna alle Nederlandse IC’s hieraan mee om de kwaliteit van IC-zorg in Nederland te verbeteren en het aantal sterfgevallen op de intensive care te verminderen.

De voorbereidingen voor Supranet GGZ zijn in 2015 gestart. In juli 2016 werd de stichting Supranet GGZ opgericht. Vanaf 2017 start de eerste groep van 14 deelnemende ggz-instellingen met het verzamelen van data en het in kaart brengen van de belangrijkste voorbeeldpraktijken. Hulpverleners uit de instellingen kunnen onder andere hieraan meewerken door deel te nemen aan de werkgroep registratie of de werkgroep kwaliteit. Een medewerker gegevensbescherming controleert dat privacy-afspraken worden nagekomen. 113 doet de bedrijfsvoering van Supranet GGZ en ondersteunt de activiteiten.

Verbeteren vanuit data

Binnen een enkele GGZ instelling overlijdt een zeer klein deel van de cliëntenpopulatie door suïcide. Daarom is het ontdekken van patronen, als deze er al zijn, op instellingsniveau zeer lastig. Door data te bundelen, hopen de deelnemende GGZ instellingen aanknopingspunten te vinden ter verbetering van de kwaliteit van zorg voor suïcidale cliënten. SUPRANET GGZ verzamelt relevante, op eenduidige manier geregistreerde data van elke deelnemende instelling. Deze worden opgeslagen in een landelijk database. Instellingen ontvangen tweemaal per jaar feedbackrapportages. De rapportages laten zien wat de kwaliteit van hun suïcidepreventie en zorg is vergeleken met die van de andere deelnemers. Bij de dataverzameling is het belangrijkste uitgangspunt dat de privacy van cliënten is gewaarborgd.

De volgende kwaliteitsaspecten hebben prioriteit binnen SUPRANET GGZ en worden onderzocht:

  • Het gebruik van veiligheidsplannen
  • Het betrekken van naasten
  • Het actief screenen op en registreren van suïcidaal gedrag (inclusief pogingen)
  • Snel in behandeling nemen bij suïcidaal gedrag

Benchmarking

De zorgsector heeft met Supranet GGZ een belangrijke stap gezet naar betekenisvolle benchmarking. Tot nu toe werden uitsluitend absolute aantallen jaarlijks bekendgemaakt via de website van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Vergelijkingen tussen instellingen of in de tijd op basis van het absolute aantal suïcides zijn niet veelzeggend. Ze zijn namelijk geen basis voor leren en verbeteren. Als er bijvoorbeeld in één instelling minder suïcides zijn dan in een ander, dan kan dat komen doordat het een kleinere instelling is, maar bijvoorbeeld ook doordat het een jeugdinstelling is. Om betekenisvolle informatie te genereren moeten data gecorrigeerd worden voor zoveel mogelijk variabelen die effect hebben op het aantal suïcides. Het gaat hierbij om kenmerken van de cliënten, van de instelling en van de regio. Supranet GGZ wil dat vanaf 2017 met zoveel mogelijk deelnemers doen, zodat er betrouwbare informatie beschikbaar komt voor kwaliteitsverbeteringen.

gatenkaasmodel

Meerdere maatregelen: het gatenkaasmodel

Om suïcides binnen instellingen te voorkomen zijn tegelijkertijd verschillende algemene preventieve maatregelen nodig, die routinematig en systematisch worden toegepast.

Hierbij is het principe van het gatenkaasmodel van toepassing: dit model wordt van oorsprong gebruikt om te verklaren hoe in een organisatie ongelukken kunnen ontstaan. Het model is afgebeeld als plakken kaas met gaten. In een ideaal systeem is elke laag of plak intact, maar in werkelijkheid heeft elk veiligheidssysteem zwakke punten, de gaten in de kaas. In het geval van suïcidepreventie geldt: hoe meer maatregelen (plakken) in de zorg voor de suïcidale cliënt, hoe groter de kans dat de suïcide voorkomen kan worden.

(Model is in 1990 bedacht door de Engelse psycholoog James T. Reason)

Meer informatie

Meer informatie over Surpanet GGZ staat op de website van Supranet GGZ.

Contact

Heb je een vraag? Neem contact op met ons.

Martine Kolk
Martine Kolk