
Pieter Blonk (42) was jarenlang militair en ging meerdere keren op uitzending. Zoals veel mannen was hij gewend om door te zetten en problemen zelf op te lossen. Toen mentale klachten zich opstapelden, ontdekte hij dat echte kracht soms juist zit in hulp vragen.
arenlang dacht ik dat ik problemen zelf moest oplossen. Dat had ik als kind zo geleerd. Gevoelens hield ik voor mezelf. Als iets moeilijk was, sprak ik dat niet uit en zette ik door.
Toen ik later bij Defensie ging werken, merkte ik dat die houding daar eigenlijk heel goed paste. We zaten in een machocultuur waarin je sterk moest zijn. Spanningen, angst of onzekerheid? Daar praatten we niet over. We maakten er een grap van of lachten het weg. Ik deed daar net zo hard aan mee.
Maar diep vanbinnen voelde ik me soms heel anders. Ik was soms bang, gespannen of eenzaam. Alleen deelde ik dat met niemand. Ik bleef maar doorgaan.
Op een gegeven moment begon de druk zich op te stapelen. Ik sliep slecht, raakte sneller geïrriteerd en kreeg agressieproblemen. Vanbuiten leek ik misschien nog gewoon te functioneren, maar vanbinnen ging het steeds slechter.
Uiteindelijk werden mijn gedachten ook donkerder. Je vraagt jezelf af: waarom ben ik hier eigenlijk? Ben ik het nog wel waard? Ben ik wel goed genoeg? Ik zag op dat moment geen uitweg meer. Toch bleef ik denken dat ik het zelf moest oplossen. Totdat het niet langer ging.
Het kantelpunt kwam voor mij tijdens een wintersportvakantie. De situatie was geëscaleerd en mijn zus zag hoe slecht het met me ging. Ik deed haar een belofte: ik zou hulp gaan zoeken.
Ik begon bij de huisarts, waar ik naartoe ging omdat ik niet meer kon slapen. Ik dacht dat ik wel wat slaappillen kon krijgen en dan weer verder kon. Maar die man prikte gelukkig dwars door me heen. Hij verwees me door naar een psycholoog. Achteraf gezien is dat misschien wel precies geweest wat ik op dat moment nodig had.
Bij de psycholoog leerde ik praten. Om gewoon te zeggen wat er in mijn hoofd speelde. Dat was wennen. Maar juist door woorden te geven aan wat ik dacht en voelde, veranderde er iets. Ik hoefde het niet langer alleen te dragen. Langzaam maar zeker verdwenen de donkere gedachten naar de achtergrond en zat ik weer lekkerder in mijn eigen vel.
Tegenwoordig werk ik als mental coach. Ik begeleid mensen bij mentale uitdagingen en ben daarnaast actief in het profvoetbal. Wat ik in mijn werk steeds opnieuw zie, is dat mensen sterker worden wanneer ze durven laten zien wie ze werkelijk zijn. Ook met hun twijfels, onzekerheden en de dingen waar ze mee worstelen. Juist daar ontstaat vaak echte verbinding.
Voor veel mannen is dat niet vanzelfsprekend. We zijn gewend om door te gaan. Om sterk te zijn. Om te zorgen voor ons gezin, onze partner, vrienden of collega’s. En als er iets speelt, denken we al snel: ik los het zelf wel op. Dat heb ik zelf ook heel lang gedaan.
Maar er kan een moment komen waarop je niet alles meer alleen kunt dragen. Dan kan kracht juist zitten in aan de bel trekken en uitspreken dat het niet goed met je gaat.
Als ik uit mijn eigen verhaal één les heb geleerd, dan is het deze: praten is het beste medicijn dat ik ken. Alleen vraagt het moed om die eerste stap te zetten. Achteraf gezien was hulp zoeken niet het moeilijkste wat ik heb gedaan. Alleen blijven rondlopen met mijn problemen, was uiteindelijk veel zwaarder.