Moeder of hulpverlener? Ik hield zijn depressie in stand

24 juni 2021
https://www.113.nl/node/1872/edit

Desirée is 57 jaar oud en moeder van drie zoons: Oskar (24), Lars (23) en Sven (23). Zij zijn alle drie het huis uit, maar Oskar en Lars ziet ze nog geregeld. Desirée is in 2014 gescheiden en woont nu samen met Dennis, hij heeft twee dochters die bij hun moeder wonen en af en toe aan komen waaien. Ze is druk bezig met haar boek "Einde aan de duisternis", over hoe je als ouders om kunt gaan met een suïcidaal kind. Met haar boek hoopt ze een handreiking te doen naar andere ouders, door haar gedachten en ervaring te delen. De hobbels die ze overwon, de valkuilen waar ze in viel. De hulp die ze heeft gezocht, de stappen die ze kon zetten....

Het ging niet goed met hem

In 2014 ben ik gescheiden van de vader van Oskar, Lars en Sven. Dat ging gelukkig zonder ruzie, in goed overleg. Vrij snel daarna ging het niet goed met Sven. Hij at nauwelijks nog wat, viel heel erg af en trok zich terug. Hij werd ’s nachts actief en sliep overdag, ging bijna niet meer naar school, kon de energie niet opbrengen om zijn bed uit te komen. Hij koos er toen voor om bij zijn vader te blijven wonen. Dat vond ik moeilijk, ik wilde graag voor hem zorgen. Uiteindelijk is hij naar mij toe verhuisd toen zijn vader op zakenreis moest en enkele weken weg zou blijven. We zagen het als ouders niet zitten dat hij alleen in huis zou blijven.

Hij heeft alles in zich om een fijn leven te kunnen leiden

Via therapie zijn er verschillende dingen naar boven gekomen, bijvoorbeeld dat hij het moeilijk vond om op te groeien in een gezin met een autistische broer en een broer met ADHD. Dat hij zich eenzaam voelde en voelt, nergens aansluiting bij kon vinden. De scheiding lijkt een trigger te zijn geweest voor deze gedachten om los te komen. Hij maakt nog steeds veel toekomstplannen, maar in de jaren dat hij bij mij woonde, was het voor hem moeilijk om die om te zetten in daden. Hij heeft een laag zelfbeeld, stemmen in zijn hoofd die hem toeschreeuwen. Doodvermoeiend lijkt me dat. Terwijl hij alles in zich heeft om een fijn leven te kunnen leiden: hij is ontzettend grappig, heel slim, ziet er goed uit, is sociaal heel vaardig…

Ik heb alles geprobeerd om hem te helpen

Je kunt beter vragen hoe niet… De eerste maanden was ik heel bang dat hij het niet zou redden, hij was zo mager geworden. Ik heb een diëtiste ingeschakeld, een sportschool met begeleiding, therapie voor hem gezocht, hem aangespoord in beweging te komen, ik maakte zijn lievelingseten, eiwitrijke dingen omdat dat het belangrijkste was.

Ik praatte veel met hem, kocht een hond, zodat hij vaak naar buiten moest, bleef hem aanmoedigen, benadrukte steeds de dingen die goed gingen. Ik liep met hem mee naar therapie om er zeker van te zijn dat hij zou gaan, onderhandelde met school over zijn afwezigheid. Ik vond een baantje voor hem in het bos, bracht hem erheen als dat nodig was. Ik deed alles wat in mijn vermogen lag om hem overeind te helpen, letterlijk en figuurlijk.

Ik bracht hem ontbijt op bed, zodat ik hem aan kon sporen om overeind te komen. Kocht nieuwe kleren voor hem, zodat hij zich prettiger zou voelen, betaalde een reisje naar een vriend in Zweden, omdat ik vond dat hij ook leuke herinneringen aan zijn puberteit mocht hebben…

Altijd maar die zorg: wat tref ik aan als ik thuis kom?

Ik had niet eens door hoe zwaar het was tot een vriendin het zei. Ik denderde maar door. Ik ben zzp’er en moet zelf mijn werk binnen zien te harken, dus ik moest veel ballen in de lucht houden. Intussen ook zorgen dat zijn broer niets tekort kwam (wat uiteraard wel gebeurde), Oskar was bij zijn vader blijven wonen dus die zag ik wat minder. Ik was constant doodmoe, zonder het te beseffen. Altijd maar die zorg: wat tref ik aan als ik thuis kom? Ik ging dus nauwelijks het huis uit, dat durfde ik niet, bang dat Sven zichzelf iets aan zou doen. En als ik wegging, dan ging mijn telefoon overal naartoe, zodat hij me altijd kon bereiken, waar ik ook was.

De gedachte aan Sven was altijd aanwezig. Als hij op zijn kamer op bed lag, dan ging mijn hart naar hem uit, omdat hij lag te worstelen met zijn demonen, zoals we dat noemden. En als hij een goede dag had, dan was ik blij: zie je wel, hij zet een stap vooruit. Tot het de dag erna weer niet ging. Ik stond te juichen bij elke kruimel en werd steeds weer teruggeworpen in de angst en wanhoop. Ik voelde me ontzettend eenzaam.

Afstand nemen was nodig

Na zes jaar heb ik met Sven besproken dat het beter was dat hij zich op zou laten nemen. Daar ging hij gelukkig mee akkoord, het ging niet beter met hem, alleen maar slechter. Doordat die zwarte wolk continu in ons huis hing, ging het met mij en met Lars ook niet goed meer. Ik heb zelf hulp gezocht voor mijn depressieve klachten, dat hielp. Ik was mijn rol als moeder kwijt, stond helemaal in de 'zorg-stand'. Ik leerde weer naar mezelf kijken, naar wat ik nodig heb. Zo doorgaan zou betekenen dat ik er zelf onderdoor zou gaan, Lars waarschijnlijk ook.

Langzaam zag ik in dat afstand de enige optie was. Hoe moeilijk ook, ik ben het gesprek met Sven daarover aangegaan. Hij ging akkoord met opname. Daarmee is er fysieke afstand tussen ons gekomen. Het was een heel verdrietige periode. Sven wilde snel weer terug naar huis komen, maar ik kon niet anders dan nee zeggen. Hij kon bij zijn vader terecht, dat had ik met mijn ex zo afgesproken. Hij is daar naartoe verhuisd en heeft daarna niets meer van zich laten horen. Voor mij volgde een periode van rouw, terwijl mijn kind nog leefde. En dat verdriet zit er nog steeds, al kan ik er nu beter mee omgaan.

Van Sven weet ik dat hij nu een beter dagritme heeft, hij eet beter en werkt meer op zijn werk in het bos. Ik ben heel blij dat hij die stappen heeft kunnen zetten, al weet ik niet hoe het verder met hem gaat. Maar als hij dat kan bereiken doordat ik afstand van hem heb genomen, dan is dit de beste beslissing die ik kon nemen. Ook voor mezelf is het nu rustiger. Ook voor zijn broer. Hij was een jaar daarvoor in een burn-out terecht gekomen doordat hij jaren op zijn tenen had gelopen, omdat hij mij wilde ontzien. Hij leerde in die periode voor zichzelf kiezen, en dus ook afstand te nemen van Sven.

We komen nu weer toe aan onszelf, zonder dat we bij alles rekening houden met Sven en wat voor hem het prettigst is. Het is ongelooflijk moeilijk geweest om mijn zieke kind weg te sturen, maar ik had geen keuze. Ik hoop met heel mijn hart dat hij zijn toekomstplannen kan verwezenlijken, en dat we elkaar weer in de ogen kunnen kijken. Vlak na zijn ontslag uit de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis stuurde Sven me een mail waarin hij me bedankte voor alles wat ik voor hem had gedaan, en dat hij besefte dat afstand nemen nu het beste was. Die mail deed ontzettend veel met me. Ik heb hem teruggeschreven dat ik heel blij was met zijn woorden, dat hij inziet dat dit de juiste weg is. Dat we nu allebei tot rust kunnen komen en elkaar in de toekomst weer op kunnen zoeken.

Wees aanwezig, maar niet overstelpend

Ik zou ze willen laten weten dat ze altijd een keuze hebben. Je kunt ervoor kiezen om voor je kind te blijven zorgen. Dan is het belangrijk om ook goed voor jezelf te zorgen, en niet zoals ik jezelf erin te verliezen. Je eigen grenzen te kennen en een leven voor jezelf te blijven houden. Wees aanwezig, maar niet overstelpend. Een luisterend oor, een betrokken iemand, met oog voor jezelf en wat je aankunt. En zoek hulp, niet alleen voor je kind, maar ook voor jezelf. Die is er.

Je kunt er ook voor kiezen om net als ik afstand te nemen, als je ziet dat je elkaar in een greep houdt. Bij mij kon Sven in zijn depressie blijven hangen, omdat ik hem daarin faciliteerde. Het was een wisselwerking die ons beiden niet hielp.

Ik gun het andere ouders die ook in deze positie zitten, dat ze het zichzelf toestaan om het onder ogen te zien zodat ze stappen kunnen zetten. Dat is de reden dat ik mijn boek heb geschreven, zodat anderen kunnen leren van mijn eigen proces. Eind dit jaar komt het uit, je kunt het eerste hoofdstuk lezen op www.gezondeliefde.nl/boek.