Wat kan ik zelf doen?

Mensen met zelfmoordgedachten vinden het vaak moeilijk om hierover te praten, bijvoorbeeld uit schaamte of uit angst de controle te verliezen. Daardoor is het als naaste moeilijk om iemand die aan zelfmoord denkt te herkennen.

Toch geven mensen met suïcidale gedachten of gevoelens vaak signalen af. Als je je hiervan bewust bent, dan ga je erop letten. Signalen die kunnen wijzen op zelfmoordgedachten zijn:

  • Somberheid
  • Zich afzonderen
  • Plotselinge veranderingen in gedrag of gevoel (bijv. emotioneler, (meer) alcohol-/drugsgebruik)
  • Niet meer goed voor zichzelf zorgen (bijvoorbeeld wat uiterlijke verzorging of eten betreft)
  • Afscheid nemen (bijv. persoonlijke spullen weggeven, een afscheidsbrief schrijven, plekken of mensen voor de laatste keer bezoeken)
  • Een plotselinge verbetering van de stemming die te mooi is om waar te zijn als diegene kort daarvoor nog wanhopig/depressief was
  • Bepaalde uitspraken als ‘ik zie het niet meer zitten’, ‘het heeft voor mij geen zin meer’, ‘als ik er dan nog ben’, ‘ik ben anderen alleen maar tot last’
  • Praten over (zijn) dood/doodswens/zelfmoord

Hoe maak ik zelfmoord bespreekbaar?

Wat van belang is, is dat je als naaste zelfmoord bespreekbaar maakt. Iemand met suïcidale gedachten staat er niet alleen voor, al heeft hij vaak wel dat gevoel. Wat belangrijk is bij het bespreken van zelfmoord is dat je de ander niet veroordeelt en expliciet naar zelfmoordgedachten vraagt. Luister daarbij goed naar wat hij zegt en draag niet te snel oplossingen aan. Vraag bijvoorbeeld:

  • Je klinkt wanhopig. Denk je wel eens aan zelfmoord?
  • Het hoeft allemaal niet meer, zeg je. Bedoel je daarmee ook dat je aan zelfmoord denkt?
  • Je klinkt zo radeloos. Waarom ben je wanhopig?
  • Je zegt dat je het niet meer ziet zitten. Wat kan ik doen om te helpen?
  • Zijn er anderen op de hoogte van jouw zelfmoordgedachten (behandelaar, andere naasten)?

Het is belangrijk dat je tijdens het gesprek rolvast blijft. Wees duidelijk en transparant over je eigen rol. Vertel wat je wel en niet kunt bieden. Ook als je geen hulpverlener bent, kun je meedenken over mogelijke hulp. Geef daarnaast wel duidelijk aan welke taken binnen jouw verantwoordelijkheden vallen. Als de ander nog geen hulp heeft, kun je adviseren om de huisarts te bellen. Heeft de ander al hulp? Adviseer dan om contact op te nemen met de eigen behandelaar. Vraag ook of er iemand (partner, familie, vrienden, collega's, buren) tot steun kan zijn die hij in kan schakelen. Je zou ook kunnen aanbieden om samen de behandelaar, huisarts en/of naaste te bellen om een afspraak te maken. Bel je samen de hulpverlener, benoem dan expliciet de zelfmoordgedachten.

Wat kan ik nog meer doen?

Als de anders nog niet in behandeling is, probeer deze dan te overreden om in behandeling te gaan.

  • Het regelen van hulpverlening gaat in principe altijd via de huisarts. Vindt de ander het moeilijk om alleen de stap naar hulp te zetten, stel dan voor om samen een afspraak te maken met de huisarts en/of samen met hem te praten. Je kunt ook zelf naar de huisarts van de ander gaan om informatie te delen. De huisarts heeft, net als psychologen, geen geheimhoudingsplicht als het gaat om leven of dood. Zorgkaart Nederland heeft alle ggz-instellingen in kaart gebracht.
  • Vindt de ander hulp zoeken eng, verwijs dan naar 113. Deze hulp is op afstand en anoniem en daardoor misschien toegankelijker. Laat de ander, om de drempel naar hulp te verlagen, bijvoorbeeld de ervaringsverhalen lezen. Je eigen ervaring kun je overigens delen via de monitor van de Ivonne van de Ven Stichting.
  • Is de ander al in behandeling, dan kun je zelf contact opnemen met de huidige behandelaar.

  • De behandelaar heeft geen geheimhoudingsplicht in geval van leven of dood. Bovendien kan de behandelaar, ook als hij wel geheimhoudingsplicht heeft, wel luisteren naar wat jij te zeggen hebt.
  • Nog mooier is om samen met de ander naar een afspraak van de behandelaar te gaan.  Betrokken zijn en blijven kan voor de ander de last verlichten en voor jou een manier zijn om een vinger aan de pols te houden.

Als je andere mensen kent rond de persoon met zelfmoordgedachten, kan het van waarde zijn om contact met elkaar te hebben over de situatie. Je kunt dan overleggen over hoe jullie praktisch met de situatie omgaan. En je kunt elkaar in deze situatie ondersteunen.

Wat kan ik beter niet doen?

Als naaste van iemand met zelfmoordgedachten zijn er ook dingen die je beter niet kunt doen. Probeer de ander niet op te beuren door bijvoorbeeld te zeggen dat er zoveel moois in het leven is of dat alles morgen anders is. Je negeert hiermee de ander, de signalen en het feit dat hij zich niet goed voelt. Andere dingen die je beter niet kunt doen zijn:

  • Ga niet de strijd aan (“Doe het niet” is een no go).
  • Ga niet mee in de zelfmoordgedachten of het pessimisme (Zelfmoord is niet de enige oplossing).
  • Richt je boosheid en machteloosheid niet tegen de ander.
  • Speel geen hulpverlener (daarvoor sta je te dichtbij, en als je ‘hulpverlener’ wordt, kan dat ten koste gaan van de waardevollere band die jullie al hebben).
  • Beloof geen geheimhouding (ook al heb je dit eerder misschien beloofd. Het kan van levensbelang zijn om anderen op de hoogte te brengen van de situatie. Het kan ook nodig zijn om voor jezelf de situatie draaglijk te houden).*
  • Beloof niets wat je niet waar kunt maken.
  • Behandel de ander niet te hard, maar ook niet te zacht.
  • Doe je niet sterker voor dan je bent.
  • Het bespreken van de situatie met anderen hoef je niet ‘in het geheim’ te doen. Je kunt met de persoon met suïcidale gedachten bespreken dat je het belangrijk vindt dat ook anderen weten van de zelfmoordgedachten, omdat je om hem geeft en wil dat hij de juiste ondersteuning krijgt. Daarbij kun je voorstellen om dit gesprek samen te voeren. Geef aan dat, als de ander dat niet ziet zitten, je deze stap voor hem gaat zetten. Op die manier doe je niets achter de anders rug om, maar hoef je ook niet te gaan zitten afwachten.

    Maak samen een veiligheidsplan

    Klik hier om te lezen wat  een veiligheidsplan inhoudt, hoe je het op kunt stellen en om een sjabloon te downloaden voor direct gebruik.

    Vragen of meer informatie

    Heb je vragen of wil je meer informatie, bekijk dan onze FAQ’s. Je kunt je vragen ook stellen tijdens het telefonisch spreekuur op werkdagen (behalve feestdagen) van 10.00 uur tot 16.00 uur op telefoonnummer 020-311 3888.