Denk je aan zelfmoord?

We zijn er voor je.

Je kunt met ons geheel anoniem bellen of chatten.

Bel gratis 0800-0113 Chat met ons
Bel of chat met ons
Zoeken

Onze onderzoeksactiviteiten

113 houdt zich bezig met verschillende soorten onderzoeken. Ons team van onderzoekers werkt daarbij vaak samen met externe partijen. Op deze pagina vind je voorbeelden van verschillende projecten. 

Versterking van 113 hulpverlening 

De hulpverlening van 113 is van hoge kwaliteit. Toch kan het altijd beter. In samenwerking met internationale hulplijnen van België, de VS, Denemarken en Australië, onderzoeken we de effectiviteit van onze online- en telefonische diensten. Door dit onderzoek vergroten we onze kennis van de (online)behandeling van suïcidaal gedrag en kunnen we de kwaliteit van de diensten van 113 gericht versterken. 

Onderzoek SUPRANET GGZ 

SUPRANET GGZ is een landelijk lerend netwerk van en voor de ggz. Het doel van het netwerk is de organisatie van suïcidepreventie binnen de ggz te verbeteren. Er nemen al 16 ggz-instellingen verspreid over het land deel aan het netwerk. 113 werkt met hen samen om de registratie van suïcidaliteit en gerelateerd gedrag te verbeteren. Met deze gegevens voeren wij onderzoek uit waarvan de ggz-instellingen kunnen leren. 

Suïcidepreventie toolkit 

Ggz-professionals komen regelmatig in aanraking met cliënten die aan zelfmoord denken. Met een expertteam van behandelaren en ervaringsdeskundigen ontwikkelden we voor hen een suïcidepreventie toolkit. Deze toolkit helpt hulpverleners bij het herkennen, bespreken en behandelen van cliënten met suïcidaliteit. Elk kwartaal wordt de toolkit bijgewerkt met de laatste inzichten en best werkende methodes, zodat hij altijd up-to-date is en zo effectief mogelijk kan worden ingezet. 

Inzicht in landelijke cijfers 

Voor landelijk onderzoek gericht op het voorkomen van suïcide gebruikt 113 data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). We kijken of doodsoorzaak suïcide samenhangt met factoren als leeftijd, geslacht, woonplaats, of factoren als opleidingsniveau, uitkeringen, zorggebruik en inkomen. De resultaten uit het onderzoek worden gebruikt om de suïcidesterfte in Nederland gericht te kunnen verminderen. Ook monitoren we maandelijks het aantal zelfmoorden in Nederland, samen met forensisch artsen, ggz-instellingen, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, NS en ProRail.

Evaluatie Landelijke Agenda Suïcidepreventie 

Om het aantal suïcides snel terug te dringen, is er de Landelijke Agenda Suïcidepreventie. Vanuit dit programma voeren de zorg, het onderwijs, de media en het sociaal domein activiteiten uit op nationale schaal. Als coördinator van de Landelijke Agenda heeft 113 een belangrijke rol in de ondersteuning en evaluatie van deze activiteiten. Binnen de zorg zijn bijvoorbeeld spoedeisende-hulpafdelingen onderzocht en 25 ggz-instellingen actief betrokken. De Monitor voortgang suïcidepreventie binnen de ggz is een ‘verbeterinstrument’ bij het realiseren van optimale suïcidepreventie in ggz-instellingen. De eerste resultaten laten zien dat er in de afgelopen jaren duidelijke verbeteringen zijn doorgevoerd. 

Suïcide onder jongeren 

In 2017 stierven in Nederland 81 jongeren tussen 10 en 20 jaar oud door zelfdoding. Welke factoren speelden hierbij een rol? Om inzicht te krijgen, pasten we voor het eerst in Nederland een psychologische autopsie in wetenschappelijk onderzoek toe. Onder leiding van 113 en aangestuurd door professor Arne Popma, deed een brede werkgroep onderzoek onder nabestaanden. Opdrachtgever van dit onderzoek was het ministerie van VWS.